Ik gebruik nu zes jaar antistolling. Elke ochtend, bij de koffie, zonder erbij na te denken.
Bij de start kreeg ik een folder mee en een kwartier uitleg. Daar stond in wat het medicijn doet en waar ik op moest letten met eten en drinken.
Wat er niet in stond, is wat er gebeurt als je op een dag niet zelf kunt vertellen dat je het gebruikt.
Dat heb ik er zelf bij moeten leren. Deels door rond te vragen, deels doordat het een keer bijna misging.
Dit zijn de vier dingen die ik sindsdien anders doe.
#1. Ik doe een kleine val nooit meer af als “niks aan de hand”
Je struikelt over een drempel, je stoot je ergens aan, je lacht erom en je gaat door.
Bij de meeste mensen is dat het einde van het verhaal. Een blauwe plek, een dag stijf, klaar.
Maar dit realiseerde ik me niet: een blauwe plek is een inwendige bloeding. Je lichaam stopt hem normaal gesproken vanzelf. Er vormt zich een stolsel, de schade wordt gedicht, en je denkt er nooit meer aan.
Met antistolling gaat dat langzamer. De plek wordt groter en blijft langer zitten.
Bij een blauwe plek op je arm is dat vooral lelijk.
Bij een klap op je hoofd ligt het anders. Dan is het precies het scenario waar hulpverleners op letten, en dan wil je dat ze wéten dat je antistolling gebruikt.
Ik bel tegenwoordig na een harde val gewoon de huisartsenpost. Ook als ik me prima voel. Vooral als ik me prima voel.
#2. Ik ga nooit meer de deur uit zonder dat het zíchtbaar is
Dit is degene waar ik het langst overheen ben gestapt.
Stel je voor: je bent niet thuis. Je bent alleen. Er gebeurt iets, en je kunt niet vertellen wat er in je lichaam speelt.
Bijna niemand bereidt zich daarop voor. Niet omdat je slordig bent, maar omdat een ongeluk niet wacht tot het jou uitkomt.
En soms ligt het niet eens aan jou. Iemand rijdt door rood. Iemand loopt tegen je aan op de trap.
Ik had een antistollingspas. Die zit in mijn portemonnee, en die zit in mijn tas.
Dat is prima voor het ziekenhuis. Alleen: in de eerste minuten pakt niemand een vreemde tas om erin te gaan zoeken. Ze kijken naar de persoon.
Daarom draag ik het nu op mijn pols, waar het gelezen wordt zonder dat iemand ernaar hoeft te zoeken.
#3. Ik reken nooit meer op mijn telefoon
Ik snap waarom mensen dat wel doen. Mijn telefoon heeft valdetectie, noodcontacten en een medisch profiel. Het vóélt als genoeg.
Maar denk even mee.
Om die informatie te vinden moet iemand: bedenken dat het bestaat, mijn telefoon oppakken, weten waar hij moet drukken, en dat doen bij een vreemde op straat.
Dat zijn drie drempels te veel voor iemand die vooral schrikt.
En er is nog iets. Bij een val vliegt een telefoon vaak weg, of hij ligt met het scherm naar beneden, of hij is stuk.
Wat er wél altijd gebeurt: er wordt naar je pols gegrepen. Voor de hartslag, voor de mouw omhoog, voor het infuus.
Dat is geen extra handeling die iemand moet bedenken. Dat is de eerste handeling.
#4. Ik denk nooit meer: mij overkomt dat niet
Niemand plant een val. Niemand zet een ongeluk in de agenda. Dat is precies het punt.
En hier werd ik stil van toen ik het bedacht: dat is exact dezelfde reden waarom ik elke ochtend die tablet neem.
Ik wacht niet tot ik een herseninfarct krijg om me ertegen te beschermen. Ik neem hem juist omdat ik niet kan voorspellen op welke dag ik die bescherming nodig heb.
Een armband werkt op dezelfde manier. Eén keer aanschaffen, elke dag dragen.
Niet omdat ik een ongeluk verwacht. Maar omdat als het ooit komt — na een aanrijding, een val, een moment dat ik niet zag aankomen — ik wil dat mijn informatie spreekt op het moment dat ik dat zelf niet kan.
Ik ben hier lang niet de enige in
Volgens de Trombosestichting Nederland gebruiken jaarlijks ongeveer een miljoen Nederlanders antistollingsmiddelen — sommigen tijdelijk, velen levenslang. In België namen in 2023 ruim 400.000 mensen orale bloedverdunners op voorschrift.
Een groot deel van die groep is boven de zeventig en woont zelfstandig.
Bronnen: Trombosestichting Nederland, voorlichting over antistollingsmiddelen; CM, cijfers gebruik orale anticoagulantia in België 2023.
Wat zo’n armband wél doet — en wat niet
Ik wil hier eerlijk over zijn, want ik heb de eerste weken gedacht dat ik nu veilig was. Dat is niet zo.
Wat hij doet
- Laat direct zien dat je antistolling gebruikt, zonder dat iemand het hoeft te vragen
- Zit op de pols — de plek waar sowieso als eerste gekeken en gevoeld wordt
- Werkt ook als je alleen bent, in de war bent, of niet kunt praten
- Vraagt niets van je: geen opladen, geen indrukken, geen instellen
Wat hij niet doet
- Voorkomt geen val, geen bloeding en geen stolsel
- Is geen behandeling en vervangt geen enkel medicijn
- Belt zelf geen hulpdiensten en heeft geen gps
- Vervangt niet het gesprek met je huisarts of trombosedienst
Het is geen reddingsvest. Het is het bordje bij het zwembad waarop staat hoe diep het is.
Het houdt niemand tegen. Het zorgt er alleen voor dat de mensen die jou komen helpen niet hoeven te raden.
Waarom ik die gratis bandjes nooit heb gedragen
Ze bestaan, ze worden uitgedeeld, en ze werken op zich prima.
Alleen droeg ik ze niet. En de reden is bijna kinderachtig: ze zien eruit als ziekenhuismateriaal. Dik plastic, fel gekleurd, met een kruis erop dat aan de hele straat vertelt dat je patiënt bent.
Wat ik wél elke dag omhou:
- Slank en licht — ik vergeet dat ik hem draag
- Gegraveerd, niet bedrukt — de tekst slijt er niet af
- Roestvrij staal — roest en verkleurt niet, mag mee onder de douche
- Geen kruis, geen felle kleuren — ziet eruit als een sieraad
- Nederlandse gravering — direct leesbaar voor iedere hulpverlener hier
Wat het kost
Wacht er niet mee tot je het nodig hebt
Ik heb er zes jaar over gedaan. Vier daarvan met een pasje in een tas die niemand zou openmaken.
Als je dit leest omdat je zelf antistolling gebruikt, of omdat je aan je vader of moeder loopt te denken: het kost je vijf minuten.
Bekijk de Bloedverdunner Slim ArmbandGratis verzending · 30 dagen geld-terug-garantie
P.S. Mijn antistollingspas zit nog steeds in mijn tas. Die is nuttig zodra ik in het ziekenhuis lig. De armband is voor de tien minuten daarvóór.